23. Een nauwe samenwerking tussen je lichaam en geest

Je lichaam is heel intelligent. En daarom is het ook belangrijk dat je het serieus neemt. Als je lichamelijke klachten hebt, wil je lichaam daar iets mee zeggen. Als je er niet naar luistert en er dus ook niet naar handelt, zal het een sterker signaal af moeten geven. En hoe langer je niet naar je lichaam luistert, hoe hardnekkiger het wordt. En op een gegeven moment wordt die lichamelijke klacht iets wat bij je hoort. Gister sprak ik een kinderpsycholoog die in het ziekenhuis werkt. Zij gaf aan dat het haar was opgevallen dat lichamelijke ziektes heel vaak begonnen zijn na een trauma of heftige gebeurtenis. Dat is ook mijn ervaring. Je lichaam en psyche zijn zo nauw met elkaar verbonden. Ik denk dat veel mensen die bekend zijn met een ziekte dit kunnen beamen, omdat zij merken dat stress een invloed heeft op de ernst van hun klachten. Bij bijna elk ziektebeeld staat stress als mogelijke oorzaak of risicofactor genoemd. En als we dit nu eens serieus gaan nemen en met zijn allen onder ogen gaan zien. En dit begint bij de artsen. Want hoe vaak hebben mensen zich niet serieus genomen gevoeld, omdat de arts het afserveerde als dat het ‘tussen de oren’ zou zitten en dat er verder dus niks aan gedaan kan worden. Nee, dan begint het pas. Dat is niet iets waarvoor we ons moeten schamen. Dit is een interessante puzzel om mee aan de slag te gaan. En op onderzoek uit te gaan hoe je de klachten minder kan maken of misschien zelfs zou kunnen doen verdwijnen. Iedereen heeft psychische issues in meer of mindere mate en degene die dat ontkent, heeft het grootste probleem. Er moet toch een reden zijn waarom je leeft, dus een hele goede reden zou kunnen zijn om dit uit te gaan zoeken en persoonlijk te groeien.

22. Er vanuit gaan dat toeval niet bestaat

Je kan iets heel makkelijk op toeval gooien. Dat deed ik vroeger ook altijd. Dat is ook heel makkelijk, want je hoeft er dan ook niks mee. Maar wat als je ervan uitgaat dat niks toeval is. Dat er ergens een enorme intelligentie is, waar en in welke vorm dan ook. Net zoals dat je lichaam spectaculair in elkaar zit. Je wil niet weten hoeveel neuronen nu voor je aan het werk zijn, zodat jij bijvoorbeeld weet waar je je in de ruimte bevindt. Je lichaam voelt de temperatuur in en buiten je lichaam en anticipeert daarop. Ondertussen haal je ook adem en pompt je hart zoveel bloed rond als nodig is voor de inspanning die je op dat moment levert. Ondertussen worden alle spiegels van je hormonen in je lichaam gemeten en gekeken of daar iets in moet worden aangepast en ga zo maar door. En zo zit ook de natuur geniaal in elkaar. Denk maar aan de werking van de zon en de maan, eb en vloed, etc. Dus waarom zitten zo niet ook heel veel gebeurtenissen heel intelligent in elkaar, op zo’n manier die wij niet kunnen overzien. En als je daarvan uitgaat, kan je er ook heel veel informatie voor jezelf uithalen.

Laatst ging ik spontaan op zoek naar een retro-caravan en vond zo’n leuke caravan dat ik verder ging tot actie, maar hier kregen we geen reactie op. Ik ging op zoek naar een andere en hier mochten we naar komen kijken. Maar alles zat tegen en onderweg ernaartoe kregen we toch een reactie van de eerste caravan. En zo hadden we ineens de keuze. En zoals alles bij de eerste bezichtiging tegenzat, zo ging alles bij de tweede goed. Het waren twee hele leuke vrouwen die andersom weer heel blij waren dat hun caravan door leuke mensen werd gekocht. En ondanks dat hij kleiner was, voelde deze veel beter. Dus de keuze was makkelijk gemaakt. En achteraf denk je dan, het is geen toeval dat bij nummer 1 alles tegenzat en het bij nummer 2 allemaal zo soepel verliep. En tegenwoordig denk ik dan; het is niet voor niets zo gelopen.

21. Hoe je je ratio omzeilt bij het maken van keuzes

Aan het begin van mijn opleiding tot transformatietherapeut moesten we een oefening doen, waarbij je op een plek in de kamer moest gaan staan en die plek stond dan ergens symbool voor en vervolgens naar een andere plek die ergens anders symbool voor stond. En dan moest je gaan voelen. Toen ontdekte ik hoeveel je voelt en dat dat per plek heel erg verschilt. En de ene plek voelt heel erg goed en geeft je een soort van vlinders in je buik en bij een andere plek krijg je bijvoorbeeld hoofdpijn of een vervelend gevoel bij je keel of buik. Voor mij was dat een enorme openbaring. Ook bij een cursus intuïtieve ontwikkeling moest je bij een vraag die je hebt de verschillende opties op een briefje schrijven, deze briefjes opvouwen en hutselen, zodat je niet meer weet wat er op welk briefje staat. Vervolgens houd je ze een voor een in je hand en ga je voelen. Zo kan je voelen bij welke optie of antwoord je een fijn gevoel krijgt en bij welke juist niet. Deze methode gebruik ik nu regelmatig op het moment dat ik een keuze moet maken en ik het gevoel heb dat mijn ratio er mogelijk tussenkomt.

Toen wij naar Breda gingen verhuizen en we een school voor de kinderen moesten zoeken, had ik me voorgenomen om goed naar het gevoel van mijn dochter te luisteren, omdat haar eerdere scholen geen succes waren. Maar zij wilde vervolgens naar de school waar ik vooral niet naartoe wilde. En ik had zo’n goed gevoel bij die andere school. En zo kwamen we recht tegenover elkaar te staan, terwijl ik dat nou net niet wilde. Toen heeft mijn man zonder dat ik het wist met haar de oefening met de briefjes gedaan. Ze moest aan de hand van de briefjes (haar school, mijn school of een andere school waren de opties) voelen welke school voor haar het beste voelde zonder dat ze wist wat er op stond. En 4 keer trok ze mijn school. Daarna moest ze het briefje kiezen met welke school ze vooral niet wilde. Toen trok ze haar eigen school. En vanaf dat moment was er geen discussie meer en zijn we allebei blij dat ze naar deze school is gegaan.

Je kan het ook doen door op een A4-tje de keuzes op te schrijven en deze op verschillende plekken op de kop in een ruimte te leggen. Zorg er wel voor dat je er niet doorheen kan lezen wat er op staat. Ga dan steeds op een A4-tje staan met je ogen dicht en ervaar wat je voelt in je lichaam. Het kan van alles zijn, zoals kriebels in je buik, een benauwend gevoel of een lekker  gevoel. Ervaar het maar en check als je ervan afstapt of het gevoel ook weggaat. En zo ga je voelen op welke plek je het fijnste gevoel krijgt en daarna kan je kijken welke keuze dat is. In het begin is het nog lastig om hierop te vertrouwen, maar hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt en hoe beter je weet waar je op moet letten. Op deze manier kan je je ratio omzeilen.

 

20. Niet altijd je ratio de baas laten zijn

We hebben heel erg geleerd vanuit onze ratio te denken. En daar zijn we inmiddels zo goed in, dat we daardoor regelmatig vergeten naar ons gevoel te luisteren. Terwijl je gevoel toch vaak je beste raadgever is. In het boek ‘De Fontein’ schrijft Els van Steijn dat de ratio je een flinke portie mentale kracht geeft. ‘Het stelt je in staat te doen wat je moet doen. Hierdoor komen mooie en goede dingen tot stand, behaal je doelen en worden rotklussen toch opgepakt. Kortom, een nuttige bron die nodig is om succesvol in het leven te staan. Op het moment dat je lichaam protesteert tegen hoge eisen of wanneer vervelende emoties zich melden, kun je dat met je mentale kracht negeren. Dat is prima, mits je op een gegeven moment naar je lichaam gaat luisteren. Je ratio heeft de neiging om bepaalde gedachten en vervelende gevoelens weg te duwen.’

Iedereen herkent wel dat als je een tijdje op wilskracht bent doorgegaan en je je gevoel hebt uitgeschakeld, je op het moment dat je weer rust neemt en ontspant je ook weer gaat voelen. Zo kan het zijn dat je je vaak in het weekend of aan het begin van vakanties lichamelijke klachten krijgt. Dan lijkt het of je je op dat moment minder goed voelt, maar eigenlijk heb je dat weg lopen drukken en begint je lichaam op dat moment te herstellen. De kunst is om hiernaar te luisteren en je rust te pakken.

 

19. Je bent geen protocol

In de tijd dat ik biomedische gezondheidswetenschappen en geneeskunde studeerde, werd ons heel erg aangeleerd volgens protocollen te werken. Sterker nog, als je je niet aan het protocol houdt, heb je kans dat de medicatie niet wordt vergoed. Ook in het verpleeghuis hadden we een naslagwerk over wanneer je welke medicatie aan iemand geeft en je moest het goed onderbouwen, wilde je daar van afwijken. Het grappige is dat nu ik voor mezelf heb gekozen en mijn eigen praktijk in hypnose ben gestart, ik hier volledig vanaf ben gestapt. In het begin bereidde ik de hypnoses nog voor op basis van de klacht waar iemand meekwam. Maar nu werk ik volledig op mijn intuïtie. Eerst wil ik iemand spreken en op basis van wat ik hoor, beslis ik op dat moment wat iemand nodig heeft. En ik heb zelf het idee dat sinds ik dat doe, het veel krachtiger werkt. Maar om dat te kunnen moet je wel vertrouwen op jezelf.

Maar omdat we van binnen nog veel meer verschillend zijn, dan we van buiten zijn, is het eigenlijk absurd dat je iedereen hetzelfde medicijn voor een bepaalde klacht geeft. Nu heb ik het idee dat ook de medische wereld zich hier langzaamaan meer bewust van wordt. Zeker nu er steeds meer onderzoek naar de genen wordt gedaan. Maar daarom vond ik het zo leuk dat ik het artikel van Joost van Zaat in de Volkskrant las, waarin hij schrijft over de diagnose depressie. Ik heb altijd een beetje moeite met het stellen van diagnoses als depressie en burn out, want waar ligt de scheidslijn. Nu schrijft hij dat er 280 verschillende vragenlijsten zijn om een depressie vast te stellen en ze meten allemaal wat anders. Volgens hem moeten we af van de verhullende classificatie ‘depressie’. ‘We moeten naar een echte ‘diagnose’: mevrouw de Winter is somber, ze slaapt moeilijk in, kan zich nog wel concentreren en eet te veel. Dat is een ander probleem dan mijnheer Herfst die weinig zin in dingen heeft, afvalt, heel vroeg wakker wordt en suïcidaal is. Het is idioot te denken dat je hen allebei protocollair hetzelfde moet behandelen.’

Tja, en nu nog de zorgverzekeraars meekrijgen.

Bron: ‘De Volkskrant’, maandag 21 janurai 2019 blz 20

 

18. Toch maar leren ontvangen

In het boek ‘De fontein’ schrijft Els van Steijn dat ‘relaties zich juist vestigen in het ontvangen en niet in het geven. Het vereist moed om iets aan te nemen, waarvan je niet weet of je het terug kunt geven. Het gevoel dat je de ander nog iets schuldig bent, wordt ervaren als iets vervelends. Je hebt het gevoel dat je macht uit handen geeft. De vraag is of dat echt zo is. Juist door iets aan te nemen, kun je krachtiger worden.’

Oeps, ik geef ook veel liever dan dat ik ontvang. En misschien inderdaad wel om een schuldgevoel te voorkomen. En ook anderen vinden het fijn om te geven, en dat ontneem ik ze.

Zij schrijft ook dat de relatie pas ontstaat als zowel de gever als ontvanger kunnen ontvangen. Maar zij merkte door te gaan ontvangen, dat ze nog meer kon geven dan voorheen en nu zonder zelf leeg te raken. En dat maakte haar juist sterk.

‘Een verbinding houdt in dat je zowel in staat bent om te geven als te ontvangen. En het is helemaal oké als je een tijdje meer geeft dan ontvangt of andersom, mits een keer een vereffening plaatsvindt. Indien de één uitsluitend geeft en niets aanneemt en dit patroon zich blijft herhalen, betreft het geen gelijkwaardige relatie. In alle relaties behalve tussen ouders en kinderen hoort er uiteindelijk een balans te zijn tussen geven en ontvangen.’

Nu ik me realiseer dat ik toch beter moet worden in het ontvangen, moet ik denken aan het ontvangen van complimenten. Als kind kon ik dat al helemaal niet. Als iemand zei dat ik een leuke trui aan had, kon ik zo zeggen dat ik er eigenlijk spijt van had dat ik hem had gekocht. Waarmee ik diegene die het compliment gaf ook nog eens onderuit haalde. Ik ben er wel wat beter in geworden, maar het blijft een aandachtspunt.

Bron: ‘De Fontein’, van Els van Steijn, blz 26-27

 

17. Anderen vinden toch wel iets van je

In mijn praktijk haal ik wel eens een voorbeeld aan waarmee ik illustreer waarom het geen zin heeft om je druk te maken over de mening van een ander. Dit voorbeeld is overigens ook een wijs inzicht voor mijzelf. Maar ik wist niet meer waar ik het gelezen had tot mijn partner me zei dat hij voor de tweede keer het boek ‘De Fontein’ aan het lezen is en het hem meteen weer greep door het eerste stukje, en toen hij dit beschreef, wist ik het weer. Dat is het voorbeeld wat ik altijd aanhaal. Het boek ‘De Fontein’ is een absolute aanrader om te lezen en gaat over familiesystemen. Ik zal het boek nog wel vaker aanhalen. Maar hier het verhaal:

‘Een jongen van negen jaar vraagt aan zijn vader: ‘Wat moet ik doen om gelukkig te zijn?’ Zijn vader zegt: ‘Kom, pak je rugzak en de ezel. We gaan vier dagen op reis.’ Op dag één zit de zoon met zijn rugzak op de ezel. De vader loopt naast hen met zijn eigen rugzak op zijn rug. De mensen die hen voorbij zien komen, zeggen tegen elkaar: ‘Wat heeft die zoon een gebrek aan respect voor zijn vader. Zo klein is hij niet meer en hij gaat op de ezel zitten, terwijl zijn vader de jongste niet meer is; belachelijk.’ Op dag twee zit de vader met rugzak op de ezel en de zoon loopt er rustig naast. Wederom wordt over hen gesproken. ‘Wat een ontaarde vader, hij vindt zijn comfort en gerief belangrijker dan dat van zijn zoon. Bovendien is de vader nog niet zo oud en het zoontje is nog maar een klein ventje.’ Op dag drie gaan zowel de vader als zoon met bepakking op de ezel zitten. ‘Wat een egoïsten en dierenbeulen! Hoe kunnen ze dat doen? Dat zouden wij nooit doen.’ Op dag vier lopen zowel de vader als zoon met hun bagage naast de ezel. En weer praten de mensen over hen: ‘Die twee snappen de essentie van een ezel niet. Wat een stelletje idioten dat ze geen gebruik maken van de ezel.’ Bij thuiskomst vraagt de vader aan zijn zoon: ‘Heb je een antwoord op je vraag gekregen?’ De zoon knikt.’

Het jammere is dat er wel altijd iemand iets van je vindt, wat je misschien liever zou willen voorkomen, maar het goede nieuws is dat het niet te voorkomen is, dus dat je maar beter je energie op iets anders kan richten. En als iemand iets van je vindt, zegt dat vooral iets over die persoon, over zijn eigen referentiekader en over zijn eigen frustraties. Iemand heeft (nog) niet de ruimte om jou in je waarde te laten. Maar daar is die persoon verantwoordelijk voor. Het belangrijkste is dat je tevreden bent met jezelf en als anderen dat wel waarderen, is dat mooi meegenomen.

Bron: ‘De Fontein’, van Els van Steijn, blz 13

 

15. Hypnose en wetenschappelijk onderzoek

Spectaculaire resultaten van hypnose bij kinderen met buikklachten:

Dr. A.Vlieger, kinderarts, had zelf kennisgemaakt met hypnose, en zij is dit gaan toepassen op kinderen met onbegrepen chronische buikklachten. Zij zag dat het hielp en wilde hier onderzoek naar doen. Prof. M. Benninga, kinderarts VUMC wilde hier aan meedoen om aan te tonen dat het niet zou helpen. Zij deden eerst onderzoek naar 52 kinderen met onbegrepen chronische buikpijn, waarbij de ene helft werd behandeld met pillen en gesprekken en de andere groep ging 6x naar een hypnotherapeut. Na een jaar bleek dat bij de eerste groep die werden behandeld door de kinderarts met pillen en gesprekken 25% van de klachten af was ten opzichten van 85% van de kinderen die naar de hypnotherapeut waren geweest. Dat was een groot verschil. Na 5 jaar zijn al deze kinderen nog een keer onderzocht en nog altijd bleek dat de kinderen die behandeld waren met hypnotherapie veel minder klachten hadden dan de kinderen die door de kinderarts werden behandeld.

Vervolgens vroegen zij zich af of je wel naar een therapeut moet of dat je het ook zelf zou kunnen doen. Ze deden onderzoek bij 260 kinderen waarbij de ene helft naar een hypnotherapeut ging en de andere helft deed hypnoseoefeningen thuis. Nu was na een jaar 82% van de kinderen van de klachten af die naar een hypnotherapeut waren gegaan en 70% van de kinderen die thuis hypnose hadden gedaan.

En Dr. A. Vlieger krijgt vaak de vraag waarom hypnose nou werkt. Dat is niet zo heel makkelijk te beantwoorden. Maar een aantal andere onderzoekers uit Zweden hebben onderzoek gedaan waarbij ze gingen kijken naar de pijnsignalen op hersenscans, de pijnsignalen die mensen voelen als ze buikpijn hebben, en daar zagen ze dat na de hypnosetherapie het pijnsignaal steeds minder werd en uiteindelijk zelfs helemaal verdwenen was. Dus we weten dat het werkt, maar hoe, dat is nog niet bekend.

Mijn ervaring is dat het op heel veel gebieden werkt, en omdat ik hier zo in geloof, ben ik mijn passie gaan volgen. Cliënten verbazen mij nog steeds door verhalen dat het werkt en dat motiveert mij om door te gaan.

Bron: www.hypnosebijbuikpijn.nl 

14. Hypnose en beïnvloeding

Ik heb een interessante podcast gehoord van ‘Zon in je leven’ die over NLP en hypnose gaat, waarin Astrid Davidzon zegt dat we eigenlijk de hele dag worden beïnvloed en we ook zelf invloed kunnen uitoefenen. Met name kinderen staan heel erg open en alles wat tegen ze wordt gezegd, wordt opgeslagen als waarheid. En daarom is het heel belangrijk om op te letten wat je tegen een kind zegt. Vanaf een jaar of 8 wordt een kind kritischer en neem je niet meer alles aan. Maar ook volwassenen zijn gevoelig voor autoriteiten, zoals artsen, advocaten, etc. En neem je al snel aan wat er tegen je gezegd wordt. Het is heel belangrijk om voorzichtig te zijn in wat je aanneemt, met name negatieve suggesties. Als je weet hoe beïnvloeding werkt, kan je ervoor zorgen dat je je niet meer door negatieve suggesties laat beïnvloeden. Want als negatieve suggesties eenmaal geïnternaliseerd zijn in je onderbewustzijn, kan je wel gaan proberen om positief te denken en tegenover elke negatieve gedachte iets positiefs te zetten, maar dat werkt dan niet meer, want je negatieve gedachten zitten in je onderbewustzijn. En de positieve gedachten probeert je bewustzijn er tegenover te zetten, maar je bewustzijn is maar iets van 1% ten opzichte van je onderbewustzijn. We doen stiekem heel veel op de automatische piloot.

En hoe kan jij nou je onderbewuste programmeringen effectief beïnvloeden? Hypnose is een staat van veranderd bewustzijn. Je zit op een andere hersenfrequentie. Als je in een normaal waakbewustzijn bent, heb je beta hersengolven (14-40 Hz), ben je aan het dagdromen heb je alfa golven (7-14 Hz) en zit je tussen slaap en waak, dan heb je theta golven (4-7). Als de hersengolven nog langzamer zijn, heb je delta golven en dan ben je in slaap. Bij zowel hypnose als meditatie heb je theta golven en zit je tussen slaap en waak in, hoewel er wel een verschil is tussen hypnose en meditatie. Je gaat helemaal nergens heen als je in hypnose bent, je bent gewoon in een diepere staat tussen slaap en waak in, een staat waarin je onderbewustzijn heel makkelijk te beïnvloeden is, heel toegankelijk is. Je hoort mij als therapeut gewoon praten en je hoort wel de geluiden om je heen, maar je bent heerlijk ontspannen en in jezelf gekeerd. Als je vragen worden gesteld, ploppen de antwoorden heel makkelijk op. In een gesprek sta je daar niet voor open, want de deur naar je onderbewustzijn is dan gesloten. En omdat je onderbewustzijn open staat, kan je nieuwe positieve suggesties geven.

Mensen zijn soms angstig om in hypnose te gaan, omdat ze denken dat ze weg zijn, wat dus niet het geval is. Op televisie zie je vaak rare dingen waarbij mensen in hypnose bijvoorbeeld een kip nadoen. Maar deze mensen kiezen daarvoor. Je weet dat je gekke dingen moet doen om het publiek te vermaken. Persoonlijk zou ik daar ook niet voor kiezen en zal het dus ook niet lukken. Want als je niet in hypnose wil, ben je ook niet makkelijk te hypnotiseren. Daarom is het belangrijk dat je het wil, maar als je naar een hypnotherapeut gaat, wil je het in principe ook. En mensen zijn bang om de controle te verliezen, maar waarschijnlijk ben je al uit controle. Daarom ga je waarschijnlijk naar een hypnotherapeut, en kan je de controle alleen maar weer terugkrijgen. En in principe is iedereen in hypnose te brengen als je het wil, de een gaat dieper dan de ander, maar hoe vaker je in hypnose gaat, hoe dieper je gaat.

En waarom werkt het zo snel? Veranderingen die je wilt, probeer je op een oppervlakkige manier voor elkaar te krijgen. Maar waarom doe je niet al wat je wil doen. Er is iets in jou dat het tegenwerkt en dat zit op een dieper niveau, anders had je het al lang veranderd. En dat diepere niveau, daar kan je met je bewustzijn niet zo goed bij komen, want je weet niet waarom je het doet zoals je het doet.

Dus wees je ervan bewust dat je de hele dag door beïnvloed wordt, en probeer dat op een positieve manier in te zetten.

Bron: podcast Zon in je leven, je problemen oplossen met hypnose, Astrid Davidzon

13. Alleen jij weet wat goed voor je is

Volgens mij is het heel menselijk dat we al snel denken het beter te weten voor iemand anders. En dit is zeker een valkuil voor therapeuten. En daarom vind ik het zo leuk dat mijn cliënten tijdens de hypnose soms tot inzichten komen die ze zelf helemaal niet hadden verwacht, maar ineens heel kloppend en logisch voelen. Of dat ze tot inzichten komen die ik zelf ook niet aan had zien komen. Ik geloof er heel erg in dat alle informatie in jezelf te vinden is en dat alleen jij weet wat goed voor jou is. Dus je kan luisteren naar goedbedoelde adviezen van mij of wie dan ook, maar je moet je zelf altijd afvragen of dit advies ook voor jou geldt. En daarom is het zo belangrijk om naar je gevoel te leren luisteren. En te weten hoe je aan de informatie komt die je zelf bij je draagt. Meditatie is hiervoor een hele goede methode. Stel jezelf een vraag en kijk in stilte welke antwoorden er bij je binnen komen. Hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt.